backgroundtop
Logo van derug.nl
     facebook twitter  
banner
Label DeBlessure.nl
DE RUG / SPONDYLOLISTHESIS
<a href=”http://adobe.com/go/getflashplayer”><img src=”http://www.adobe.com/images/shared/download_buttons/get_flash_player.gif” alt=”Get Adobe Flash player” /></a>

SPONDYLOLISTHESIS

Een spondylolisthesis is een afglijding van een van de ruggenwervels, volgend op een breuk (zie spondolyse)

Symptomen van spondylolisthesis

Afhankelijk van de ernst van de verschuiving. Mogelijk een doof gevoel, stramme hamstrings, beperkte functie van de rug, lage rugpijn, verminderde spierkracht, loopproblemen

Onderzoek en diagnose bij spondylolisthesis

Röntgenfoto’s, CT-scan

Conservatieve behandeling van spondylolisthesis

Fysiotherapie

Operatieve behandeling van spondylolisthesis

Eventueel kunnen de wervels worden vastgezet
 
 
 
 
 
 

Zoals bij spondylolyse omschreven is een wervelbreuk soms onschuldig en geeft het relatief weinig klachten. Dit kan veranderen wanneer er een verschuiving optreedt. Dit gebeurt vaker als er sprake is van een spondylolyse aan weerszijden van eenzelfde wervelboog. Wanneer er sprake is van afglijding van de bovenliggende wervels en de romp, spreken we van spondylolisthesis.

De wervel kan ten opzichte van de onderliggende wervel in twee richtingen verplaatst zijn. Bij een achterwaartse verplaatsing spreken we van een retrolisthesis en bij een voorwaartse verplaatsing van een anterolisthesis.

De oorzaken hiervan zijn divers. Er bestaan drie types, het isthmische (verworven)-, dysplastische- en degeneratieve type. Bij het eerste type is de spondylolyse de oorzaak van de instabiliteit. Bij het tweede type is de wervelboog nog intact, maar kan deze onvoldoende stabiliteit bieden omdat deze niet goed ontwikkeld is.  Het degeneratieve type ontstaat de afglijding door slijtage, afname van de kwaliteit van de tussenwervelschijf en artrose van de facetgewrichten van de wervel. Dit laatste type komt vooral voor bij ouderen.

Omdat de druk in de onderrug het grootst is komt een spondylolisthesis het vaakst voor op het niveau L5-S1. Dit is de overgang van de onderste lumbale wervel naar de eerste sacrale wervel.

 

Symptomen bij een spondylolisthesis

De symptomen zijn afhankelijk van de ernst van de verschuiving. Een verschoven wervel hoeft namelijk niet altijd klachten te geven. Veel voorkomende symptomen zijn: een doof gevoel; strakke/verkorte hamstrings; een beperkte functie van de rug; tintelingen, lage rugpijn; verminderde spierkracht in het been waardoor de patiënt moeite heeft met lopen. Rust geeft meestal vermindering van de klachten en activiteiten als staan en lopen verergeren de klachten. Bij het ergst stadium, wanneer de wervel volledig naar voren is geschoven en losgekomen is van de onderliggende wervel, spreken we van een spondyloptose. De patiënt heeft dan een afwijkende houding. Door de knieën iets te buigen en de bekkenkanteling te verminderen probeert de patiënt de veroorzaakte houdingsafwijking te compenseren.

 

Onderzoek en diagnose bij een spondylolisthesis

De mate van afglijding moet bepaald worden. Dat wordt gedaan middels een laterale röntgenfoto volgens de classificatie van Meyerding (zie bovenstaand figuur). Soms is er een CT- of MRI scan nodig om de verschuiving goed zichtbaar te maken. Het gehele verhaal wordt in kaart gebracht middels anamnese en lichamelijk onderzoek. Bij het lichamelijk onderzoek is er een ‘trapje’ te palperen/voelen ter hoogte van de verschoven wervel. Zo kan ook bepaald worden om welke type het gaat en wat de oorzaak van de klachten is.

 

Conservatieve behandeling bij een spondylolisthesis

De behandeling is afhankelijk van de mate van afglijding, de ernst van de klachten en de leeftijd van de patiënt. de leeftijd is van belang omdat er meestal als het kind uitgegroeid is, er niet veel verergering meer zal optreden. Er kan echter nog wel progressie optreden na bijvoorbeeld een zwangerschap of wanneer er sprake is van degeneratie (achteruitgang in kwaliteit) van de discus.

Bij een kind in de groei, met matige afglijding (maximaal graad 2) is het beleid meestal conservatief. Het kind moet ieder halfjaar gecontroleerd worden. De conservatieve therapie bestaat uit beperking van de activiteiten en oefentherapie. Verder kan er gebruik gemaakt worden van een brace om de lordose (holling in de onderrug) te verminderen.

Ook bij volwassenen is de behandeling afhankelijk van de ernst. Rust kan goed zijn, maar geen totale bedrust. De patiënt kan beter niet langer dan twee dagen in bed blijven aangezien beweging beter is voor de rug. De activiteiten moeten afgewisseld worden, lang in één houding is vaak belastend. Overbelasting en contactsporten moeten vermeden worden. Aerobe activiteiten als zwemmen en wandelen zijn juist goed. De oefentherapie, gewenst onder begeleiding van de fysiotherapeut, richt zich vooral op de stabiliteit van de onderrug. De fysiotherapie bestaat uit rekken van de hamstrings, trainen van de buikmusculatuur, oefeningen voor de heupstabiliteit en houding- en bewegingsadviezen. Dit kan eventueel in combinatie met het dragen van een stabiliserende brace gedaan worden. Verder kunnen er ontstekingsremmende pijnstillers gebruikt worden. Wanneer de pijnklachten ernstiger zijn kan er een corticosteroid injectie worden toegediend. Ook kan er gewerkt worden met bijvoorbeeld warmtebehandelingen of TENS.

 

Operatieve behandeling bij een spondylolisthesis

Bij een kind moet er operatief ingegrepen worden voordat graad twee of meer is bereikt. Wanneer de afglijding ernstiger is, is er namelijk meer kans op schade aan de zenuwen. Ook bij volwassenen wanneer de pijnklachten niet verminderen na het conservatieve beleid (minimaal 6 weken) of er neurologische problemen zijn, wordt er operatief behandeld. De eventueel beklemde zenuw kan worden vrijgemaakt en de instabiele wervels worden aan elkaar vastgezet. Dat vasthebben van de wervels wordt een spondylodese genoemd.

Deze operatie vindt plaats onder algehele verdoving. Als eerste worden er een deel van de wervelboog en de beschadigde tussenwervelschijf verwijderd. Er wordt een ‘spacer’ (afstandhouder) geplaatst, waardoor de wervels uiteindelijk op de juiste manier aan elkaar vast kunnen groeien. Er worden schroeven, verbonden met een staafje geplaatst, om de wervel op zijn plek te houden.

Na de operatie kunnen er wat restklachten zijn zoals uitstraling naar de benen en krachtsverlies. Meestal verdwijnt dit vanzelf binnen 2 maanden. Na de operatie wordt er meestal een korset aangemeten. De patiënt moet dit korset 3 maanden dragen.

Verder zijn er een aantal belangrijke leefregels om optimaal te herstellen. De eerste 6 weken wordt seksuele gemeenschap afgeraden. De eerste drie maanden mag er niet zwaarder dan 5 kg getild worden; voorover bukken of door de knieën zakken mag niet; op de buikslapen mag niet; niet fietsen; niet sporten; niet de hond uitlaten en geen huishoudelijke taken uitvoeren. Onverwachte bewegingen moeten vermeden worden, evenals lang in één houding blijven staan, slenteren of hardlopen. Rust en beweging moeten afgewisseld worden en draaibewegingen van de romp moeten vermeden worden.


backgroundbottom
Bronvermelding | Algemene voorwaarden

Dit is een produkt van :
Logo JH Consultancy
© Copyright JH Consultancy 2014, All rights reserved
Webdesign by : FISHTANKMEDIA.NL