backgroundtop
Logo van derug.nl
     facebook twitter  
banner
Label DeBlessure.nl
DE RUG / A-SPECIFIEKE LAGE RUGKLACHTEN
<a href=”http://adobe.com/go/getflashplayer”><img src=”http://www.adobe.com/images/shared/download_buttons/get_flash_player.gif” alt=”Get Adobe Flash player” /></a>

A-SPECIFIEKE

LAGE RUGKLACHTEN

Onder aspecifieke lage rugklachten verstaan we klachten waarbij geen aanwijsbare pathologische oorzaak voor de klachten bestaat. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) omschrijft dat ongeveer 90% van alle rugklachten aspecifieke rugklachten zijn. De klachten die ervaren worden kunnen erg varieren van ondraaglijke pijn naar milde pijn. Daarnaast kunnen de klachten kort aanwezig zijn, maar ook heel langdurig.

Als er aan iemand gevraagd wordt of deze de afgelopen 12 maanden lage rugklachten heeft gehad antwoord ongeveer 40-50% dat ervaren te hebben. Het RIVM omschrijft daarnaast dat ongeveer 2,4 miljoen volwassen Nederlanders chronische lage rugklachten hebben. Hieronder worden klachten verstaan die minstens 3 maanden duren. Het komt bij ongeveer evenveel mannen als vrouwen voor. Ongeveer tweederde is met de rugklachten naar de huisarts gegaan.

 

De huisartsen volgen de Richtlijn voor aspecifieke lage rugklachten. Hieronder een beknopte weergave van deze Richtlijn waarbij een indruk gegeven kan worden over het te volgen beleid door de huisarts.

 

Behandeling a-specifieke lage rugklachten

Als het in de rug geschoten is kunt u een aantal dingen zelfstandig doen. Het is goed om zoveel als mogelijk te bewegen. De pijn is geen teken dat er iets beschadigd is. Het is wel belangrijk om rustige activiteiten te doen als fietsen, wandelen of zwemmen. Als de pijn afneemt kunnen de activiteiten worden uitgebreid. Het is niet aan te raden lang in dezelfde houding te staan of zitten. Snelle bewegingen als bukken of zwaar tillen zijn af te raden. Let op de houding met tilbewegingen en voorkom hierbij draaibewegingen met de onderrug. Bedrust is meestal niet noodzakelijk. Pijnstillers kunnen eventueel helpen om weer gemakkelijker te kunnen bewegen.

Neem bij de volgende symptomen contact op met de huisarts:

  • Als de pijn, ondanks het opvolgen van de adviezen, ondraaglijk is
  • Als de pijn uitstraalt naar het been en tot onder de knie voelbaar is
  • Als er lage rugpijn is met daarbij een tintelend, branderig of doof gevoel in 1 van de voeten of benen
  • Als er lage rugpijn is met daarbij in 1 been minder kracht
  • Als er lage rugpijn is en er zijn problemen met plassen, zoals plotseling niet meer kunnen plassen of plotseling de plas niet meer kunnen ophouden
  • Als er na zes weken nog steeds geen verbetering is opgetreden

 

Bij het bezoek aan de huisarts zal deze in eerste instantie een vraaggesprek houden. De huisarts zal in het vraaggesprek met name ingaan op:

  • Lokalisatie, ernst, duur, wijze van ontstaan, beloop van de pijn
  • Uitstralende pijn in een been
  • Invloed van rust, bewegen en houding op de klachten en beloop over het etmaal
  • Beperkingen bij de dagelijkse activiteiten, ziekteverzuim, oorzaken in of gevolgen voor de arbeidssituatie
  • Eerdere episodes van lage rugpijn, hun beloop en behandeling
  • Zelfzorg en behandeling tot nu toe

 

Er zijn een aantal alarmsignalen die de huisarts dient te herkennen om uit te sluiten of er geen onderliggend probleem aan de klachten ten grondslag ligt.

  • Radiculaire uitstralende pijn in een been, pijn in het been meer op de voorgrond dan de lage rugpijn, neurologische prikkelings- of uitvalsverschijnselen (bijvoorbeeld tintelingen of functieverlies)
  • Begin van lage rugpijn na 50e levensjaar, continue pijn onafhankelijk van houding of beweging, nachtelijke pijn, algehele malaise, maligniteit (kwaadaardig gezwel of kanker) in de voorgeschiedenis, onverklaarbaar gewichtsverlies, verhoogde BSE (infectieziekte of reumatische aandoeningen)
  • Leeftijd boven de 60 jaar, vrouw, laag lichaamsgewicht, langdurig corticosteroidgebruik (ontstekingsremmers), lengtevermindering, versterkte thoracale kyfose (bolling van de borstwervelkolom)
  • Begin van lage rugpijn voor het 20e levensjaar, man, iridocyclitis (regenboogvliesontsteking), onverklaarbare perifere artritis of inflammatoire darmaandoening in voorgeschiedenis, vooral nachtelijke pijn, ochtendstijfheid > 1 uur, minder pijn bij liggen/bewegen/oefenen, goede reactie op NSAID’s (ontstekingsremmende geneesmiddelen, maar geen corticosteroiden), verhoogde BSE
  • Ernstige lage rugpijn aansluitend aan een trauma
  • Begin van lage rugpijn voor 20e levensjaar, palpabel trapje in verloop van processi spinosi (doornuitsteeksels) ter hoogte van L4-L5

 

Als er geen alarmsignalen, zoals boven aangegeven, aanwezig zijn wordt er in de richtlijn aangegeven dat lichamelijk onderzoek niet strikt noodzakelijk is. De lokalisatie van de pijn en de mate van bewegingsbeperking zullen bij een lichamelijk onderzoek naar voren komen.

Beeldvormende diagnostiek (zoals röntgenfoto of mri-scan) en laboratoriumonderzoek zijn bij aspecifieke lage rugpijn niet zinvol.

 

Acute lage rugpijn (0-6 weken), Spit

Acute lage rugpijn wordt in de volksmond ook wel spit genoemd. De medische term hiervoor is Acute Lumbago.

Als er geen alarmsignalen zijn hanteert de huisarts (volgens de Richtlijn NHG) een afwachtend beleid bij acute lage rugpijn en is erop gericht om de patiënt zo snel mogelijk weer in beweging te laten komen en normaal te laten functioneren.

Over het algemeen gaat het om onschuldige pijn waarvan de exacte oorzaak niet is aan te geven. De heftigste pijn duurt slechts enkele dagen en neemt dan af. Het bewegen bevordert het herstel en zal geen schade veroorzaken als dat gepaard gaat met pijn. Als de dagelijkse activiteiten niet haalbaar zijn, kan er een aantal dagen af en toe rust genomen worden. Als klachten aanblijven kan fysiotherapie helpen door middel van een intensievere begeleiding van de activerende aanpak.

 

Subacute lage rugpijn (6-12 weken)

De huisarts volgt (volgens de Richtlijn NHG) bij deze klachten het beleid zoals bij de acute lage rugpijn. De begeleiding zal intensiever zijn met behulp van oefentherapie onder leiding van een oefen- of fysiotherapeut. Hierbij kan manuele therapie een ondersteuning bieden. Er kan eventueel pijnstillende medicatie gebruikt worden.

 

Chronische lage rugpijn (>12 weken)

Ook hierbij is de verwachting (volgens Richtlijn NHG) dat in deze fase de hinder geleidelijk afneemt, maar dat dit met een sterk wisselend beloop kan geschieden. Een intensief trainingsprogramma kan het herstel bevorderen naar een normaal functioneren. Daarbij speelt het omgaan met de klachten ook een rol.

Er kan (tijdelijk) tijdcontingente inname van pijnmedicatie geadviseerd worden door de huisarts. Als er alarmsignalen aanwezig zijn die het vermoeden van een specifieke oorzaak aangeven kan er verwezen worden naar een orthopeed, neuroloog of reumatoloog om dit nader te diagnosticeren.


backgroundbottom
Bronvermelding | Algemene voorwaarden

Dit is een produkt van :
movimento logo
© Copyright DeKnie.nl 2011, All rights reserved
Webdesign by : FISHTANKMEDIA.NL