backgroundtop
Logo van derug.nl
     facebook twitter  
banner
Label DeBlessure.nl
DE RUG / HERNIA NUCLEUS PULPOSUS
<a href=”http://adobe.com/go/getflashplayer”><img src=”http://www.adobe.com/images/shared/download_buttons/get_flash_player.gif” alt=”Get Adobe Flash player” /></a>

HERNIA NUCLEUS

PULPOSUS

 

Een tussenwervelschijf (Discus Intervertebralis) is in de wervelkolom tussen twee afzonderlijke wervels te vinden. Een Discus bestaat uit een ring van vezelig kraakbeen (Annulus Fibrosus) met in het midden een gelei-achtige kern (Nucleus Pulposus). De Discus is enigszins elastisch en draagt op deze manier bij aan de schokdemping. Bij een Hernia Nucleus Pulposus (HNP) ligt de oorzaak in een beschadiging van de tussenwervelschijf.

 

 

Een Hernia Nucleus Pulposus (HNP) ontstaat op het moment dat de Nucleus Pulposus van de tussenwervelschijf uit zijn normale plaats geduwd wordt. Deze Nucleus duwt op dat moment tegen de Annulus Fibrosus, wat tot gevolg heeft dat het geheel naar buiten uitpuilt. Bij discusdegeneratie treden er kleine scheurtjes op in de Annulus Fibrosus en naarmate dit proces toeneemt kan de centrale Nucleus Pulposus zich tussen de beschadigde ring persen en dit kan een bulging disc (discusprotrusie) geven. Als de Nucleus Pulposus zich door de Annulus Fibrosus heen forceert wordt er gesproken van een Hernia Nucleus Pulposus.

Een Hernia kan veroorzaakt worden door overbelasting bij zware arbeid of activiteiten of een trauma (bijvoorbeeld een val) kan ten grondslag liggen en een acute uitstulping van de tussenwervelschijf veroorzaken.

 

Symptomen hernia nucleus pulposus

Vaak is er naast de discushernia sprake van slijtage aan het wervellichaam. Dit kan een vage, doffe pijn geven en is soms geassocieerd met bepaalde bewegingen of activiteiten. De pijnklachten gaan op en af en is vaak zonder duidelijke oorzaak.

Kenmerkend voor een discushernia is een acute schietende pijn naar de heupstreek en vervolgens naar een bepaald gedeelte van het been. Het uitstralingsgedeelte in het been is afhankelijk van de lokalisatie van de Hernia. De uitstralende pijn wordt veroorzaakt doordat de Hernia in contact komt met een zenuw waardoor zenuwcompressie ontstaat. Deze pijn kan in het dijbeen, de kuit en de tenen gevoeld worden.

Naast de pijn is het bekend dat mensen een doof gevoel kunnen hebben, daarnaast is het gevoel van speldenprikken of het ‘lopen van mieren’ over het been een bekend verschijnsel. Door de druk op de zenuw kan de spierfunctie verminderen en kunnen de zenuwreflexen afnemen.

Er kan een gevaarlijke situatie ontstaan als er een grote hernia druk op de zenuwen geeft die de blaas- en darmfunctie en sluitspieren controleren. Hierbij wordt pijn gevoeld over de bilregio, een doof gevoel op de zitregio en in ergere gevallen kan er verlies van de controle over de blaas en darmfuncties zijn. Dit fenomeen heet het Cauda Equina Syndroom en indien dit niet snel hersteld wordt kan er een onherstelbare schade aan desbetreffende zenuwstructuren ontstaan. Raadpleeg hierbij onmiddellijk een arts!

 

Onderzoek en diagnose bij hernia nucleus pulposus

Het onderzoek begint met een vraaggesprek (anamnese) en een lichamelijk onderzoek. Het lichamelijk onderzoek zal zich op de beweeglijkheid van de wervelkolom richten en een neurologisch onderzoek van het uitstralingspatroon.

De tussenwervelschijven zijn niet te zien op rontgenfoto’s, maar door de hoogte van de afstand tussen de wervels kan er toch een goede indruk gegeven worden van de toestand van de tussenwervelschijf. Ook kan bij dit onderzoek slijtage letsel of geassocieerde degeneratie van de wervelkolom te zien zijn.

Een CT-scan kan de wervels in verschillende richtingen en fijne coupes in beeld kijgen. Hierdoor kan er op verschillende niveaus worden nagegaan of de tussenwervelschijf naar achter uitgestulpt is en een druk op de onderliggende zenuw veroorzaakt.

Op een mri-scan zijn de weke delen structuren van het lichaam goed te zien. Hierbij kunnen de tussenwervelschijven en de zenuwen goed beoordeeld worden.

Door middel van een EMG onderzoek (Electro-Myo-Grafie) kunnen de functies van de spieren van de verschillende zenuwen getest worden. Een verandering van de spierfunctie kan een indicatie geven van de werking van de desbetreffende zenuw die de spier aanstuurt.

 

Conservatieve behandeling hernia nucleus pulposus

Over het algemeen is een conservatieve behandeling de eerste optie. Als er een dusdanig probleem van druk op de zenuw bestaat dat er mogelijk onherstelbare schade kan overblijven, wordt er tot chirurgisch ingrijpen overgegaan.

Relatieve rust om de irritatie en de lokale ontstekingsreactie te onderdrukken wordt geadviseerd. Hierbij is het niet goed om bedrust te nemen, maar een wisselende houding (zitten, liggen, staan en wandelen) is aan te raden. Hiernaast kan het gebruik van NSAID (ontstekingsremmende geneesmiddelen, maar geen corticosteroiden), eventueel in combinatie met een spierontspannend medicijn, ondersteunend werken. Een corset of rugbrace kan doordat deze de beweeglijkheid van de wervelkolom beperkt ook een positief effect geven. Langdurig gebruik hiervan is wel af te raden.

Mogelijk kan het plaatsen van epidurale infiltraties (met een dosis cortisone epiduraal) een positieve bijdrage leveren aan het afnemen van de zwelling en irritatie rond de zenuwwortel. Deze cortisone kan ook snel een positief effect op de uitstralende pijn hebben.

Een groot aantal van de patiënten met een discushernia kunnen op een conservatieve manier gunstig behandeld worden. Indien de symptomen niet verminderen of juist toenemen en een beperkende factor vormen kan tot een chirurgische ingreep worden overgegaan.

 

Operatieve behandeling hernia nucleus pulposus

Indien een conservatieve behandeling niet voldoende resultaat biedt of er is een toename van de klachten kan er op een operatieve ingreep worden overgegaan. Indien er sprake is van een Cauda Equina Syndroom is een dringende ingreep noodzakelijk!

Er zijn een aantal operatieve behandelmogelijkheden ter behandeling van de discushernia.

 

Micro-Endoscopische Discectomie

Bij een Micro-Endoscopische Discectomie wordt getracht door middel van een kijkoperatie (endoscopie) het gehernieerde stuk discus te verwijderen. Deze behandeling kan als de standaard behandeling voor een discushernia gezien worden. De behandeling gebeurt over het algemeen onder algehele narcose omdat dit het meeste comfort aan de chirurg en de patiënt biedt. Via de kijkbuismethode wordt het hernia fragment verwijderd zodat de zenuwwortel vrij komt. Vervolgens wordt er nagekeken of er nog losse delen van de Nucleus Pulposus aanwezig zijn en deze worden verwijderd indien dit het geval is.

Het heffen van voorwerpen is over het algemeen gedurende 1 maand verboden omdat de Annulus Fibrosus dicht moet groeien. In sommige gevallen (ongeveer 5%) treedt in de eerste weken een recidief op. Als de pijn invaliderend is kan er voorgesteld worden om dezelfde ingreep te herhalen. Als er vervolgens nogmaals een hernia optreedt kan er een discusvervangende ingreep (arthrodese of discusprothese) plaatsvinden om in de toekomst hernia’s te vermijden.

 

Microdiscectomie

De Microdiscectomie werd vroeger als de gouden standaard gezien en nog in veel ziekenhuizen toegepast. Uiteindelijk gaat het om dezelfde ingreep als bij de Micro-Endoscopische Discectomie, echter wordt er bij deze techniek een incisie van 3 tot6 cmgemaakt en geschiedt de operatie door middel van een operatiemicroscoop.

 

Volledige discectomie

De volledige discectomie impliceert dat getracht wordt via beide kanten de volledige tussenwervelschijf te verwijderen. De operatie kan toegepast worden bij een tweede recidief hernia, waarna vervolgens de volledige schijf wordt vervangen (arthrodese of discusprothese).

 

Posterieure Lumbale Interbody Fusie

Naast de discectoMie kan een discushernia behandeld worden door een Posterieure Lumbale Interbody Fusie (PLIF). De PLIF is een behandelprocedure die naast de behandeling van een discushernia ook bij onder andere discusdegeneratie en instabiliteit toegepast kan worden. Bij deze techniek wordt de wervelkolom langs de achterzijde geopereerd waarbij de tussenwervelschijf op de aangetaste plaats wordt verwijderd. In de ruimte van de tussenwervelschijf wordt vervolgens een botblokje (botgreffe) of koolstofblokje, opgevuld met botgreffen, geplaatst. Het doel van de operatie is om de twee wervels als een solide blok aan elkaar vast te laten groeien. Dit wordt ook wel fusie genoemd. Er wordt op deze manier een solide basis gevormd die ervoor zorgt dat de wervels niet meer naar elkaar toe kunnen zakken. Doordat de wervels weer iets verder uit elkaar komen te staan vergroot ook de ruimte waar de zenuwwortels uit het kanaal komen, de neuroforamina. Hierdoor valt de druk en irritatie op de zenuwen weg en verdwijnt de uitstralende pijn. Vervolgens worden er schroeven in de wervels aangebracht en aan elkaar verbonden met een verbindingssysteem. Hierdoor wordt een stevige constructie gemaakt waardoor de wervels niet meer ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Er worden vaak ook kleine botstukjes aan de achterzijde van de wervelkolom geplaatst. De oppervlakte van het bot dat met elkaar kan vergroeien wordt hierdoor vergroot. Dit wordt posterolaterale fusie genoemd.


backgroundbottom
Bronvermelding | Algemene voorwaarden

Dit is een produkt van :
Logo JH Consultancy
© Copyright JH Consultancy 2014, All rights reserved
Webdesign by : FISHTANKMEDIA.NL