backgroundtop
Logo van derug.nl
     facebook twitter  
banner
Label DeBlessure.nl
DE RUG / ANATOMIE

ANATOMIE RUG

 

De rug is bij gewervelde dieren, en dus ook bij de mens, het lichaamsdeel dat bestaat uit wervels, ribben en spieren. Bij de mens is de rug opgebouwd uit zeven nekwervels (cervicale wervelkolom), twaalf borstwervels (thoracale wervelkolom), vijf lendenwervels (lumbale wervelkolom), vijf heiligbeenwervels (sacrale wervelkolom) en het staartbeen.

Bijna alle wervels van het menselijk lichaam hebben dezelfde basisvorm. Ze bestaan uit  wervellichamen die op elkaar gestapeld zijn. Hierbij vormen de wervelbogen een buis waardoor het ruggenmerg loopt. Vanuit het ruggenmerg lopen tussen de wervels door de zenuwen. Deze zenuwen sturen bijvoorbeeld de armen en benen aan. Aan elke wervel zit een aantal uitsteeksels waar spieren en gewrichtsbanden aan vastzitten. Aan de achterzijde zit een doornuitsteeksel (processus spinosus) en is op de rug te voelen. Aan weerszijde zitten de processus transversus die verschillende vormen hebben afhankelijk van het niveau van de wervels. Daarnaast zitten aan weerszijde de facetgewrichten die bij beweging in en uit elkaar schuiven. De wervels zijn van elkaar gescheiden door een tussenwervelschijf (de discus).

De cervicale wervelkolom bestaat uit 7 nekwervels, waarbij de bovenste nekwervel (C1) de schedel ondersteunt. Deze wervel wordt de Atlas genoemd. De tweede nekwervel (C2) wordt Axis (draaier) genoemd. Dit komt omdat de Atlas en de Axis veel meer ten opzichte van elkaar kunnen draaien dan andere wervels. De overige nekwervels worden C3 t/m C7 genoemd (van bovenaf geteld). C7 is van buitenaf mogelijk de voelen doordat deze een groot doornuitsteeksel (vertebra prominens) heeft.

De thoracala wervelkolom bestaat uit twaalf borstwervels (T1 t/m T12) die door de kromming van de rug aan de achterzijde hoger dan aan de voorzijde zijn. De borstwervels vormen de verbinding van de ribben met de wervelkolom.

De lumbale wervelkolom bestaat doorgaans uit vijf lendenwervels (ca. 1 op de 1000 mensen heeft er 6). Dit deel vormt de onderrug en het kenmerkende is dat de lendenwervels het grootste wervellichaam hebben. De lendenwervels hebben de grootste krachten te verwerken bij onder andere tilwerkzaamheden.

De sacrale wervelkolom bestaat uit het heiligbeen (het Sacrum) en dit is het grootste bot van de wervelkolom. Het Sacrum heeft een driehoekige vorm en bestaat uit drie tot vijf samengegroeide wervels. Door vier paar openingen lopen de zenuwen naar buiten. Het onderste deel wordt ook wel de stuit genoemd. Het heiligbeen vormt met het darmbeen (het Ilium) een gewricht, het SI-gewricht (sacro-iliacaal gewricht). In het SI-gewricht kunnen om drie assen bewegingen plaatsvinden. Om de transversale as vindt voorover en achterover kantelen plaats (nutatie en contranutatie). Zijwaartse buiging (lateroflexie) vindt om de antero-posterieure as plaats en de draaibewegingen (rotatie) vinden om de verticale as plaats.

 

ANATOMIE BORSTKAS

 

De borstkas, ook wel thorax genoemd, bestaat uit het borstbeen (sternum), 12 paar ribben (costae) en de 12 thoracale vertebrae (borstwervels).

De borstkas biedt bescherming aan de onderliggende weefsels en organen. Verder is de borstkas essentieel bij de ademhaling. In de borstkas bevinden zich de volgende structuren: de longen, de luchtpijp, het hart, de aorta, de slokdarm en de longslagader.

Het borstbeen is een 15-20 cm, plat, in het midden van het borstgebied gelegen, bot. Het borstbeen bestaat uit drie delen:

- het handvat (manubrium sterni),
- het lichaam (corpus sterni) en
- het zwaardvormig uitsteeksel (processus xyphoideus).

Het borstbeen heeft aan beide kanten zeven inkepingen voor de verbinding met de ribben. Om het manubrium sterni zit ook aan beide kanten een inkeping voor de aanhechting van het sleutelbeen. Ook zijn er aan het borstbeen nog spieren, zenuwen en ligamenten verbonden. Het onderste deel van het borstbeen, de processus xyphoideus, bestaat uit dik kraakbeen.

In totaal heeft een mens 12 paar ribben. De eerste zeven worden de ware ribben genoemd en hechten direct aan op het borstbeen. Rib 8 t/m 10 worden de valse ribben genoemd, omdat ze niet direct aan het sternum vastzitten maar via het kraakbeen van de zevende rib verbonden zijn.  Rob 11 en 12 zijn de zwevende ribben.

Een rib bevat ook weer verschillende onderdelen, zo heeft iedere rib een kraakbeen en een benig deel. Verder heeft het o.a. een kop, caput costae met daarop twee gewrichtsvlakjes omdat elke rib articuleert met twee wervels. Verder heeft een rib een collum costae (nek) en een corpus costae (lijf).

De ribben zijn steeds middels kraakbeen verbonden met het borstbeen. Kraakbeen is taai en veerkrachtig. Het vormt een elastische verbinding. Hierdoor kan het in- en uitzetten van de borstkas tijdens de ademhaling plaatsvinden.

 

De thorax bevat verschillende gewrichten.  De gewrichten tussen de wervels en de ribben aan de achterzijde; de articulatio costovertebrales (art. capitis costae en art. costotransversaria).

 

En de gewrichten tussen het borstbeen en de ribben aan de voorzijde; articulatio sternocostalis.

Zoals aangegeven is de borstkas belangrijk voor de ademhaling. De beweging van de eerste ribben en het heffen van het borstbeen zorgt voor een vergroting van de voor/achterwaartse diameter van de thorax. Dit is de borstademhaling.

Bij de flankademhaling gaat het om een vergroting van de links-rechts diameter van de thorax, veroorzaakt door de beweging van de lagere ribben. Deze bewegingen zijn mogelijk door de vervormbaarheid van de kraakbeenverbindingen tussen ribben en borstbeen.

 

De meest voorkomende aandoeningen aan de borstkas zijn een ribfractuur en een rib blokkade. Een rib kan breken door hoge druk op de ribbenkast. Er ontstaat acute pijn en deze pijn wordt heviger bij inspanning, hoesten, niesen, lachen enz. Ook normaal ademhalen is dan pijnlijk, aangezien de ribbenkast dan ook beweegt.

De diagnose wordt gesteld op basis van anamnese, lichamelijk onderzoek en röntgenfoto’s van de borstkas. Hiermee wordt ook gekeken of er geen verder schade is door de rib die uitsteekt, zoals een klaplong. Met behulp van een MRI en CT scan kan de mate van schade bij een fractuur worden vastgesteld.

Meestal is er geen behandeling nodig en wordt volstaan met pijnstillende medicatie, rust en ademhalingsoefeningen.

Een rib blokkade kan ontstaan als de rib van positie verademt na bijvoorbeeld een foutieve houding. Dit geeft stekende, locale pijn. Deze pijn straalt soms uit naar de rest van de rib. Bij de inademing worden de klachten erger. Meestal is er een manipulatie van een fysiotherapeut of manueel therapeut nodig om de blokkade op te heffen. Verder moeten er oefeningen gedaan worden om de thoracale extensie te verbeteren.


backgroundbottom
Bronvermelding | Algemene voorwaarden

Dit is een produkt van :
Logo JH Consultancy
© Copyright JH Consultancy 2014, All rights reserved
Webdesign by : FISHTANKMEDIA.NL